‘Veel dank, meneer Kibblewhite’ door Roger Daltrey, 2018
In dit boek beschrijft zanger Roger Daltrey zijn leven als lid van The Who, de op twee na grootste Britse band uit het midden van de zestiger jaren. Eertijds, vanaf 1965, was The Who de belangrijkste band na de Beatles en de Rolling Stones. Er zijn dan ook al heel wat boeken over deze groep verschenen, maar in dit boek geeft Daltrey zijn eigen persoonlijke visie op zijn muzikale carrière.
De titel van het verhaal verwijst naar een uitspraak van een van zijn leraren, Mr. Kibblewhite die hem wegens wangedrag van school stuurde met de mededeling “Met jou wordt het niks in dit leven, Daltrey”. Met enig sarcastisch plezier herhaalt Daltrey deze uitspraak tegen het einde van het boek nog even.
Zijn verhaal begint met zijn jeugdjaren in een armoedig arbeidersgezin maar al snel gaat hij zich intensief met muziek bezighouden. Zijn helden waren uiteraard Elvis Presley maar ook Lonnie Donegan, de nationale skifflekoning.
Toen hij als elektricien ging werken, kon hij binnen de kortste keren de benodigdheden bij elkaar scharrelen om zelf een elektrische gitaar te bouwen. En al snel had hij zijn eigen band, de Detours, waarin Pete Townshend en John Entwistle ook al speelden. De laatste die toetrad, was de drummer Keith Moon en in 1965 kwam hun eerste succesvolle plaatje uit: I Can't Explain.
In de volgende hoofdstukken komt de carrière van de groep aan bod, met veel successen en excessen door drank- en drugsgebruik. Daltrey beschrijft het verhaal puur vanuit zijn eigen gezichtspunt,waardoor de karakters van de andere bandleden onderbelicht blijven. Wel is duidelijk, dat de leden van de band buiten het podium, en erop trouwens ook, niet bepaald vrienden van elkaar waren.
In het boek komen John Entwistle, Keith Moon en Pete Townshend ook voor, maar meer in de bijrollen, evenals de verschillende personeelsleden van de band en de gezinnen/echtgenoten van de bandleden. Het leest redelijk vlot weg, maar na een poosje valt op dat Daltrey voornamelijk over zichzelf schrijft en weinig aandacht besteedt aan zijn mede-bandleden. Daarom komt hij over als een egocentrisch heerschap met weinig aandacht voor het wel en wee van zijn collega’s.
Toen het met The Who wat minder ging, richtte hij zich op zijn film- en toneelcarrière en een minder succesvolle carrière als solozanger, voornamelijk in het soft-pop genre.
Het boek kwam uit bij VIP Amsterdam, een imprint van Bruna Uitgevers. Hier verschenen al vaker biografieën en autobiografieën van beroemde mensen. Bij voorbeeld André Agassi, Robbie Williams en Keith Richards. Voor opname in het fonds is het belangrijk dat ze een goed verhaal hebben dat ze in hun eigen woorden willen vertellen. Naar verluidt is het boek door Daltrey zelf geschreven, maar ik vermoed dat dat niet helemaal waar is.
Fanneke Cnossen vertaalde het in goed leesbaar Nederlands. Het boek bevat overigens een groot aantal foto's, voornamelijk uit zijn muzikantenbestaan.
Mijn grootste bezwaar tegen deze uitgave is het zeer summiere register (slechts vijf pagina's) waarin de hoofdpersonen (de bandleden zelf) niet eens voorkomen. Dit maakt het minder bruikbaar voor wie zich in de de persoon Daltrey of de band wenst te verdiepen. Daarbij staat het voor mij niet vast of Daltrey het helemaal zelf geschreven heeft