Drive my car, 2024 Enkele maanden geleden alweer bracht Bill Wyman een nieuw solo-album uit met ondersteuning van een aantal oudgediende medemuzikanten. Ik heb een zwak voor Wyman, omdat hij bij de Rolling Stones altijd op de achtergrond bleef en er weinig aandacht was voor zijn muzikale bijdragen, voornamelijk op de bas, terwijl hij zeer verfijnde en melodieuze baslijnen speelde. Ik heb ook een zwak voor Wyman, omdat hij na zijn vrijwillige vertrek uit de Rolling Stones ondanks het gebrek aan grote successen zijn eigen muzikale pad bleef volgen. Zijn nieuwe album, Drive my car, werd in augustus van dit jaar uitgebracht op alle denkbare muzikale media. Waar Keith Richards zich pas in 1988 op het solopad waagde als laatste Stone, nam Bill Wyman als eerste Stone vanaf 1974 een aantal platen op, zowel solo als met zijn groep The Rhytm Kings. Wyman had het overigens maar moeilijk met zijn lidmaatschap van de Rolling Stones. Hij had weinig in te brengen bij het tandem Jagger-Richards, maar hield het toch nog tot 1993 vol, tot het eindeloze reizen en trekken hem te veel werd.
Bill Wyman (foto Jim Summaria)
Wyman privé Bill Wyman werd op 24 oktober 1936 geboren in Penge, een voorstad van Londen, als William Perks. Door zijn akelige jeugd, mede veroorzaakt door de ellende van de tweede wereldoorlog, wilde hij zich van zijn familienaam ontdoen. Hij koos daarom de naam Wyman, naar een vriend die hem in de moeilijke na-oorlogse jaren tot steun was geweest. Zo staat hij dus ook officieel bij de Burgerlijke Stand ingeschreven. Wyman trouwde in 1959 met Diane Cory. Uit het huwelijk werd een zoon geboren, Stephen, die zijn vader nog immer muzikaal terzijde staat. Twintig jaar later hertrouwde Wyman met het 18-jarige model Mandy Smith, met wie hij toen al vijf jaar een relatie had. Het huwelijk werd na twee jaar ontbonden. Bill en Suzanne Accosta trouwden in 1993; het stel heeft drie dochters, Jessica Rose, Matilda Mae en Katherine Noelle.
Bill's basgitaar Bill heeft de ontwikkeling van de basgitaar in gang gezet. Naar verluidt waren zijn handen te klein om goed een (klassieke) staande bas en een gewone basgitaar te kunnen bespelen. Dus ontwikkelde hij zijn eigen instrument, dat fretloos was (zoals de klassieke bas) en bovendien iets kleiner. Dit idee kreeg veel navolging, ook vanwege het kenmerkende smeltende, warme geluid van het instrument. In 1963 kocht hij zijn eerste 'echte' basgitaar.
Beroepsleven Al in zijn jeugd was Wyman met muziek bezig: hij startte met pianospelen maar stapte bij gebrek aan succes over op de basgitaar. Hij speelde redelijk goed zodat hij al snel in de Londense muziekscene werd opgenomen. Zijn toetreden tot de Rolling Stones, destijds een paar straatarme Londense tieners, had hij te danken aan het feit dat hij zijn eigen apparatuur inbracht.
De Stones In velerlei opzichten paste Bill niet bij de andere Stones: hij had aanvankelijk nog een betaalde baan, was getrouwd en leidde een huiselijk gezinsleven. Daarbij komt dat zijn kick in een later stadium 'meisjes' was en niet zozeer drank en drugs. Zijn rol werd van ondergeschikt belang geacht voor het groepsgeluid; menigmaal speelde iemand anders, meestal Keith, zijn baspartij in. Daarom ging hij zich vanaf 1974 uitleven in zijn eigen projecten. Aanvankelijk trok hij het meest met Brian Jones op, maar na zijn overlijden sloot hij een warme vriendschap met mede-buitenbeentje Charlie Watts. In Keith Richards' biografie 'Till I Roll Over Dead' (uit 1994) over de Stones, geschreven door Stanley Booth, komt Bill Wyman overigens nauwelijks ter sprake.
Restaurant In 1989 begon hij in Londen restaurant Sticky Fingers met op de menukaart "excellent American style food served in a warm and relaxed atmosphere". Grote trekpleister was de uitgebreide collectie souvenirs uit zijn Rolling Stones tijd. In datzelfde jaar kondigde hij zijn vertrek uit de Rolling Stones aan; eind 1992 was zijn laatste optreden met de Stones. In 2021 viel het doek voor zijn restaurant als gevolg van de de coronacrisis
Solo activiteiten Een voorloper van Wyman's solo-activiteiten was de inmiddels legendarisch geworden lp Jamming With Edward uit 1972 met Ry Cooder, Nicky Hopkins, Mick Jagger en Charlie Watts).
In 1974 kwam zijn eerste 'echte' solo-album uit, waaraan - hoe veelzeggend - grootheden als Dr. John en Leon Russell hun medewerking verleenden. De productie werd zeer welwillend door pers en publiek bejegend. Op zijn derde eigen album, Stone Alone (een verwijzing naar zijn autobiografie) werd hij mede bijgestaan door Al Kooper, Van Morrison en Bonnie Pointer. De single "(Si Si) Je Suis un Rock Star" is afkomstig van de lp Bill Wyman uit 1981. Het nummer, in zelfbedacht Frans-Engels, was korte tijd in de hitlijsten te vinden. Bill schreef het met Ian Dury in gedachten maar die was niet geïnteresseerd; dus nam hij het zelf maar op.
The Rhytm Kings Vanaf 1993 ging hij de boer op met zijn Rhytm Kings; dat waren eigenlijk twee orkesten: de ene als studio-orkest en met de andere toerde hij de hele wereld over. Enkele beroemde muzikanten met wie hij opnam en/of speelde: Gary Brooker (Procul Harum), Georgie Fame (Blue Flames), Eddy (Knock on wood) Floyd, Albert Lee (speelde met bijna iedereen in de muziekbusiness) en ex-tieneridool Andy Fairweather-Low (Amen Corner) en Paul Beavis (all round drummer en studiomuzikant).
De pers over Drive My Car Over het algemeen reageert de pers welwillend op dit nieuwe album. "Er is ook sprake van oude-mannenmuziek, van een verzameling loom shuffelende semi-akoestische bluessongs; hij zingt, of eerder lispelt hij hees voor zich uit als een lieve oude Britse man die op een zonnige zondagochtend zijn heg aan het snoeien is." aldus de site van de Muziekbibliotheek.
Pijnlijk is het om te lezen dat Hans Theessink, die twee nummers leverde voor dit album, wordt weggezet als new talent, terwijl hij al vroeg in de zeventiger jaren speelde in clubs door het land. Hij is wereldberoemd in Zwitserland, Duitsland, Denemarken en Spanje, waar hij met veel succes nog steeds optreedt. Zie https://www.theessink.com/en/
Bill Wyman's Rhythm Kings live for 2 Meter Sessions (1998)